top of page
Zoeken

Alleen

27 aug
3 minuten om te lezen

En dan heb ik het niet over alleen zijn zonder partner, dat doet er eigenlijk niet toe.

Ik heb het over écht alleen zijn.


Een week waarin je niemand ziet — want een dag is toch echt te kort. Niets afspreekt. Niet ‘nog snel even’ ergens naartoe moet. Gewoon jij, je huis en dagen die nog helemaal leeg zijn.


Vreemd genoeg zijn dat de momenten waarop ik weer helemaal bij mezelf kom. Maar laat ons eerlijk zijn: de eerste uren nadat de jongens weer weg zijn, loop ik altijd een helemaal verloren. Heb ik er geen zin in. Voelt de stilte vooral luid en heel aanwezig.


Maar stilletjesaan verandert er iets. Mijn blik verandert. En vooral mijn gevoel.

Dan schrijf ik. Lees ik eindelijk verder in dat boek. Knutsel ik iets. Schilder ik dingen op mijn muur waarvan ik tijdens het schilderen zelf nog niet weet of ze mooi zullen worden.

En dat doet er dan ook niet toe.


Ik maak gewoon, omdat ik daar op dat moment zin in heb.

Als kind deed ik dat eigenlijk voortdurend. Mijn mama was altijd thuis, dus écht alleen was ik niet. Maar toch zat ik uren op mijn kamer. Te naaien, mijn kamer te reorganiseren, te knutselen, dingen te maken. Volledig verzonken in mijn eigen wereld.

Alleen zijn was toen niet iets waar ik over nadacht. Het was gewoon waar ik graag was.


De voorbije jaren werd dat helemaal anders.

Er kwam werk. De kindjes. Een partner. Vrienden. Uitgaan. Plannen. Altijd bezig zijn.


Tot écht alleen zijn op een bepaald moment bijna iets angstigs werd.

Als ik in mijn agenda keek en zag dat ik nog een halve dag niets te doen had, begon ik snel rond te bellen. Wie heeft er tijd? Wie wil iets drinken? Kan ik nog ergens naartoe?


Alsof een lege plek in mijn agenda een probleem was dat dringend opgelost moest worden. Alsof alleen zijn betekende dat er iets ontbrak. Alsof een dag pas geslaagd was wanneer hij volledig volgepropt zat.


De laatste tijd kies ik er opnieuw bewust voor.

Voor lege dagen.

Na een behoorlijk drukke zomer staan er nu heel wat dagen in mijn agenda waarop ik bijna niets heb ingepland. Eén etentje ergens in het midden. En voor de rest: alleen.

Ik werk van thuis uit, dus zelfs mijn collega’s zie ik alleen vanop afstand.


En ik vind het… verbazend genoeg heel fijn.

De dagen vliegen voorbij. Mijn werk gaat plots bijzonder vlot. Ik lees. Ik schrijf. Ik rommel. Ik begin dingen waar niemand om gevraagd heeft.


Maar vooral: ik voel ruimte.

Ruimte in mijn hoofd. Ruimte om opnieuw te horen waar ik zelf zin in heb, zonder dat iemand iets van mij nodig heeft.


Want misschien is dat wel wat er gebeurt wanneer je lang genoeg alleen bent. Je hoeft even niemand te zijn voor iemand anders. Niet de mama of de collega. Niet de vriendin. Niet degene die antwoordt, luistert, regelt, opvangt of rekening houdt met wat iemand anders graag wil.

Niet dat ik die rollen niet graag opneem. Ze zijn ook allemaal een deel van mij, en ik doe ze altijd met heel veel plezier. Maar wanneer je voortdurend tussen andere mensen beweegt, ben je ook voortdurend aan het reageren. Op vragen, verhalen, verwachtingen, stemmingen, plannen ...


Daarom zie ik nu, na al die jaren, eindelijk weer de waarde van een aantal dagen écht alleen zijn.


Waar krijg ik spontaan zin in als niemand iets voorstelt?

Waar dwalen mijn gedachten naartoe wanneer niemand ze onderbreekt?

Wat maak ik wanneer het helemaal niet mooi, nuttig of zelfs toonbaar hoeft te zijn?


Uiteraard kom je tijdens het alleen zijn niet ineens een volledig nieuwe versie van jezelf tegen. Maar het is wel een mooie herinnering aan wie er al die tijd nog zat.

Onder alle drukte. Onder alles wat moet. Onder alle mensen die je graag ziet en voor wie je met veel liefde zoveel rollen opneemt. Alleen zijn brengt me dichter bij mezelf.


Maar laat me heel duidelijk zijn. Wie is er ondertussen alweer aan het aftellen tot haar jongens terugkomen?

Ik.

En wie heeft er, na dit hele betoog over de waarde van alleen zijn, net een hond in huis gehaald?

Ook ik.



Maak kennis met Maya. Mijn nieuwste huisgenoot.


De ironie ontgaat me niet.

Maar misschien is het ook helemaal geen tegenstelling.


Misschien heb ik die stilte af en toe nodig om mezelf weer te vinden. Niet om daar vervolgens helemaal alleen te blijven zitten, maar om daarna opnieuw volop te kunnen genieten van de anderen.


Van mijn jongens. Van hun verhalen, hun lawaai en hun rommel. Van de mensen die ik graag zie.

En nu dus ook van Maya.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page