Muziek. Altijd muziek.

Bij ons thuis stond er altijd muziek op.
’s Ochtends al, nog voor iemand echt wakker was.
Neil Young, Paolo Nutini, Nick Cave…
Er waren ergere dingen om mee op te groeien, hoewel ik toen niet altijd fan was.
Van ontbijt tot huiswerk, van de cassette van Leonard Cohen die eindeloos op repeat stond tijdens onze autovakanties — muziek was gewoon overal.
En zonder dat ik het besefte, is dat gebleven.
Nu is het bij ons thuis net zo. De jongens en ik, elk onze eigen smaak, maar allemaal even overtuigd dat die van ons de beste is. Gisterenavond weer zo’n avond: muziek op, volume iets te luid, Timo als beste DJ, meezingen, stil worden, gewoon luisteren.
Muziek doet iets geks met mij. Met veel mensen, denk ik.
Het brengt je terug naar momenten die je allang had opgeborgen. Naar iemand die je al jaren niet meer zag. Naar een zomeravond. Of naar een plek waar het allemaal wat moeilijker was, maar waar het – achteraf gezien – ook echt was.
Eén nummer en je bent weer daar.
Of je wil of niet.
En soms is dat lastig, maar meestal is het gewoon mooi. Want muziek laat je voelen, ook als je dat eigenlijk niet van plan was.
Soms is één liedje genoeg om alles weer even te voelen.
En ja, sommige nummers blijven hier dagen hangen.
Op repeat. Tot iedereen ze beu is. En dan nog één keer.




Opmerkingen