top of page
Zoeken

Toen frustratie een geluid kreeg

10 jun
2 minuten om te lezen

Klankschalen zijn toch wel iets speciaal. En tegelijk ook iets dat een beetje slachtoffer geworden is van zijn eigen succes denk ik. Want tegenwoordig heeft bijna iedereen wel ergens een klankschaal in huis staan. Vaak mooi in de living. Soms als decoratie. Soms wordt er af en toe eens op geklopt. Maar eigenlijk weten veel mensen niet goed wat zo’n schaal écht kan doen. Of hoe verschillend ze kunnen werken.


Wat begon als een opleiding klankschaalmassage, groeide stilaan uit tot een eindeloze ontdekkingstocht. Niet alleen naar klank, maar ook naar mensen. Naar emoties. Naar de manieren waarop we soms communiceren zonder woorden.


Hoe langer de klankschalen hier in huis zijn, hoe vaker ze me verrassen. Niet omdat ik ze beter leer kennen, maar omdat ze telkens iets anders lijken te doen. Bij de ene brengt een bepaalde toon rust. Bij de andere roept diezelfde toon net iets op. Alsof elke mens een eigen taal spreekt, en elke klankschaal daar op haar eigen manier op antwoordt.


En eerlijk? Kinderen zijn daarin vaak de mooiste spiegel. Zij voelen nog zó puur waar ze zich toe aangetrokken voelen.


Maar ook volwassenen ontsnappen er zelden aan. De klankschalen hier in huis trekken altijd aandacht. Echt altijd.

Mensen lopen er spontaan naartoe. Ze willen erop kloppen. Luisteren. Voelen wat er gebeurt. Sommigen zetten de schaal zelfs op hun hoofd. Heerlijk. Alsof er iets in hen nieuwsgierig wordt nog voor iemand heeft uitgelegd wat een klankschaal precies is.


En misschien is dat precies wat me zo blijft fascineren. Dat klank soms een deur opent waar woorden niet binnen geraken.


Een paar dagen geleden mocht ik daar opnieuw getuige van zijn. Er was hier iemand met een moeilijke dag. Veel gevoelens. Weinig woorden. En eerlijk? Dat herkennen we waarschijnlijk allemaal wel. De neiging om weg te vluchten in afleiding. Een scherm. Iets anders om even niet te hoeven voelen wat er eigenlijk gevoeld wil worden.


Maar deze keer gebeurde er iets anders. Ik vroeg hem om een klankschaal te kiezen.

En zonder twijfelen koos hij de grootste schaal. De diepste tonen. Een zware, warme klank. Ik zei woorden. En afhankelijk van hoe hard het woord binnenkwam, mocht hij één keer kloppen… of vijf keer.

We begonnen luchtig.

“Frietjes eten.” “Leuk op school.” “Ik ben boos.” “Ik ben verdrietig.”


En toen kwam het woord frustratie. Hij klopte. En nog eens. En nog eens.

Ik denk zeker tien keer.

Alsof er iets naar buiten mocht via de trillingen van de schaal, omdat het nog geen woorden kon vinden. Daarna gingen we verder en deed ik zelf ook mee.

“Ik ben moe vandaag.” Vijf keer kloppen.

“Ik voel stress.” Drie keer.

Zonder dat we letterlijk moesten zeggen wat er was, waren we eigenlijk tóch aan het praten.

Via klank. Via trillingen. Via iets dat soms veel veiliger voelt dan woorden.


Op het einde vroeg ik opnieuw hoe groot de frustratie voelde.

Die eerste “10 op 10” was gezakt naar een 3. Niet verdwenen, maar zachter. Rustiger. Lichter. Minder spanning.


Communiceren hoeft niet altijd via woorden te gaan. Soms spreken mensen via muziek. Via tekenen. Via bewegen. Via stilte.

En soms… ook via een klankschaal.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page